Schoonhovens blik | Niet meer meedoen aan ‘race to the bottom’

column • 2023 is nog maar net begonnen en columnist Johan Schoonhoven voorvoelt al dat het een bijzonder jaar gaat worden voor de schadebranche. Het blijft een voortdurend zoeken naar het juiste, precaire evenwicht tussen de hoogte van herstelkosten, de premie van verzekeraars, de omzet voor dealers en herstellers én de klant die goed moet worden geholpen.
Ivonne Vermeulen Ivonne Vermeulen
• Laatste update:
Het blijft zoeken naar het juiste evenwicht in de schadebranche. (Foto: Johan Schoonhoven).

Een nieuw jaar is aangebroken en als de voortekenen niet bedriegen, wordt het een bijzonder jaar voor partijen die actief zijn in de schadebranche. Grootzakelijke werkaanbieders en schadeherstellers zijn al even met elkaar in gesprek over de condities voor de nieuwe overeenkomsten voor 2023 en dat vlot niet zoals in voorgaande jaren. Net een beetje bijgekomen van de periode die achter ons ligt, waar het werkaanbod voor herstellers veel minder was en verzekeraars en leasemaatschappijen veel minder schaden en kosten hadden, lijkt de schadestroom nu weer op peil te komen, maar de wereld is drastisch veranderd. Het is zoeken naar een evenwicht tussen herstelkosten en hoogte van de premie voor verzekeraars en leasemaatschappijen en omzet/marge voor de dealers en schadeherstellers die de klanten met alle egards moeten ontvangen en de schaden kwalitatief en veilig moeten herstellen.

Uitstappen geblazen

Dat is altijd al het geval geweest in de gestuurde schadestroom, maar het lijkt wel of de evenwichtsbalk waarop partijen balanceren smaller én korter wordt. Aan beide zijden partijen die individueel onderhandelen over de condities en mate van sturing, maar ook partijen die namens collectieven met elkaar moeten dealen en waar de respectievelijke achterbannen het wel eens moeten zijn met datgene wat er uit de bus komt. Collectief eens of oneens zijn en anders is het uitstappen geblazen.

Menig hersteller roept niet meer mee te willen doen aan de race to the bottom, maar ik zie het ze nog niet doen

Het is geen geheim dat de schadestroom van leasemaatschappijen zich al enigszins aan het verleggen is omdat schadeherstellers in ketenverband zich niet kunnen vinden in wat de hoofdkantoren aan voorwaarden en condities uitonderhandelen, maar ook in de gestuurde schadestroom bij verzekeraars zijn er voortekenen van ontevredenheid. En wij mogen gerust spreken van de gestuurde, in plaats van de gestimuleerde schadestroom bij verzekeraars, want met de tegenwoordige polisvoorwaarden met aanvullende eigen risico’s van ± € 500,- is een auto met schade nauwelijks nog buiten de keten van netwerkherstellers te herstellen. Jezelf als hersteller buiten het netwerk plaatsen is dan een enorm risico, want je weet voor 99 procent zeker dat jouw directe collega in de buurt de sturende verzekeraar of leasemaatschappij wel binnenhaalt. Dit tenzij jij nog wat ijzers in het vuur hebt en kunt spelen met sturing/niet sturing of een punt wilt maken en wilt aangeven dat je niet meer meedoet met de ‘race to the bottom’. Menig hersteller roept het, maar ik zie het ze nog niet daadwerkelijk doen.

Schitteren

Ik vond het zeer opvallend dat de toonaangevende grootzakelijke opdrachtgevers tijdens het laatste schadecongres van Automotive schitterden door afwezigheid, terwijl de onderwerpen nu juist zo boeiend waren of konden zijn als er een dialoog of discussie had plaatsgevonden. Het onderwerp ‘tarieven’ werd even aangehaald, maar de discussie verstomde abrupt door een oproep hiertoe vanaf het podium. De Belgische collega’s en een individuele hersteller die zich geen zorgen maakte roerden zich nog, maar het echte heikele punt bleef onbesproken. Wij dronken een glas, deden een plas en alles bleef zoals het was….

Ik wens u veel schade toe.

Johan Schoonhoven, Zilverstad Consultancy

Geplaatst in rubriek:
Ivonne Vermeulen
Ivonne Vermeulen

Ivonne Vermeulen is redacteur bij Automotive, waar ze onder andere de portefeuilles Schade en Universele markt beheert.