‘Het premiemodel van verzekeraars moet op de schop’

Ivonne Vermeulen Ivonne Vermeulen
• Laatste update:
Een directe verzekering betekent voor de verzekeringswereld een grote omslag. (Foto: Shutterstock)

Een directe verzekering betekent voor de verzekeringswereld een grote omslag. Bij deze verzekering handelt de verzekeraar de schade af voor zijn eigen verzekerde. Groot verschil met het huidige model is dat het aansprakelijkheidsvraagstuk verdwijnt. Verzekeraars hoeven de schade dan niet meer te verhalen bij andere partijen/verzekeraars. Om te onderzoeken of deze verzekeringsvorm zou kunnen werken, doet een aantal verzekeraars op dit moment een pilot met de directe verzekering. Binnen een paar maanden wordt dit experiment afgerond. “De eerste ervaringen zijn positief”, zegt woordvoerder Rudi Buis van het Verbond van Verzekeraars. “Het grote voordeel van de directe verzekering is dat de afhandeling veel sneller en efficiënter gaat. Dat is ook in het voordeel van de consument.”

Het verbond wil dit jaar de knoop doorhakken over de haalbaarheid van de directe autoverzekering en ziet deze verzekeringsvorm als een mogelijk goede oplossing. Begin 2019 hoopt het verbond met een standpunt te kunnen komen.

Inkomstenbron

Behalve de opkomst van (semi)autonome auto’s, roepen ook nieuwe mobiliteitsconcepten (deelauto’s) de vraag op of het niet veel beter is om verzekeringen aan een persoon te koppelen in plaats van aan een voertuig. Duidelijk is in ieder geval dat technologische ontwikkelingen in de autosector verzekeraars welhaast dwingen om met innovatieve oplossingen te komen. De premie-inkomsten vanuit autoverzekeringen zijn voor de meeste verzekeraars een uiterst belangrijke inkomstenbron. Hoewel veel verzekeraars de afgelopen jaren weinig tot niets meer verdienen aan autoverzekeringen. Volgens de laatste cijfers van het Verbond van Verzekeraars ligt de combined ratio op 107. Dat betekent dat er voor elke euro aan premie-inkomsten er bruto 1,07 euro wordt uitgegeven.

Onhoudbaar

Over de vraag of de directe verzekering het juiste antwoord is, zijn de meningen verdeeld. Marcel van Dijk, commercieel directeur van schadespecialist CED is geen voorstander. Volgens CED moet de “schadesector zich razendsnel aanpassen aan een toekomst van verregaande automatisering en extreme klantgerichtheid.”

“Het huidige premiemodel wordt uiteindelijk onhoudbaar en gaat op zijn kop”, denkt Van Dijk. “De directe verzekering is misschien een tijdelijke oplossing, maar is geen afdoende antwoord op toekomstige ontwikkelingen.”

Lees nog meer over de directe verzekering in de column van Johan Schoonhoven.

Volgens Van Dijk denken en doen verzekeraars nog teveel premiegedreven en zitten ze nog te vast in traditionele, financiële denkpatronen. Niet het compenseren van schade, maar proactief beschermen en behouden van waarde om schade te voorkomen: daar ligt volgens hem de toekomst van verzekeraars. Van Dijk vindt dat de sector meer moet denken vanuit totaalconcepten, van preventie tot herstel en onderhoud.

“Schadeprocessen zijn nu onnodig duur, lang en bovendien foutgevoelig. Veel tijd en geld gaan verloren aan de bepaling van de aansprakelijkheid, het verhalen van de schade, maar ook aan administratieve processen, schadevaststelling en het maken van calculaties. Met geavanceerde technologie kunnen verzekeraars schades veel sneller behandelen, oplossen en zelfs voorkomen. Bij CED kunnen we nu al voor een selectie autoschades via artificial intelligence schadehoogtes vaststellen, puur op basis van foto’s en algoritmen. Daar worden we iedere dag handiger in.”

Verzekeraars moeten niet reactief, maar proactief handelen.

Het proces van verzekeraars draait nu nog om de gevolgen van schade, in plaats van om preventie, het stimuleren van veiligheid en het voorkomen van schades, vindt Van Dijk. “De verzekeraar van de toekomst handelt niet meer reactief, maar proactief. Problemen oplossen voordat ze zich voordoen, dat wordt de norm. Dan word je ook relevanter voor je klanten. Verzekeraars hebben alleen nog toekomst als ze transformeren van een financiële instellingen naar een klantgerichte dienstverlener met een proactieve houding in moderne mobiliteit.”

Volgens Van Dijk biedt de zelfsturende en connected auto de verzekeraar veel kansen om preventief schades te voorkomen en dichter bij de klanten te komen. “Maar dan moeten we met meer komen dan een directe verzekering. We moeten naar slimme verzekeringsproducten die gebruik maken van technologie en connectiviteit in de auto. Als verzekeraars zulke producten niet kunnen of willen ontwikkelen, dan doen autofabrikanten of techgiganten, zoals Amazon of Google het wel.”

Niet achteraf

Verzekeraars zouden dus meer moeten focussen op (rij)veiligheid zodat schade kan worden voorkomen. Dat vindt ook Evert-Jeen van der Meer, industry directeur automotive bij risicoverzekeraar en verzekeringsmakelaar Aon. Hij is duidelijk over de positie van de autofabrikant die, volgens hem altijd aansprakelijk is voor de gebrekkigheid van zijn product en moet opkomen voor de schade die aan een derde is veroorzaakt.

Volgens Van der Meer is de directe verzekering dan ook “geen goede oplossing, behalve dat het voor premiecompensatie zorgt.” Hij ziet veel meer in een autoverzekering die de schade vergoed aan een slachtoffer die bijvoorbeeld door een autonome auto op de zebra wordt aangereden. Deze verzekering dekt dan de aansprakelijkheid van de bestuurder op het moment dat hij zelf stuurt, maar ook de aansprakelijkheid van de op dat moment autonoom sturende auto. Aon experimenteert momenteel in Engeland al met deze zogenaamde ‘two-in-one insurance’.

Mensen met een (semi)zelfrijdende auto zouden voordeliger een autoverzekering moeten kunnen sluiten.

Ook hij vindt preventie en rijveiligheid belangrijk en pleit voor aanpassingen in het acceptatiebeleid van autoverzekeringen. “Het accent moet niet meer liggen op de postcode of leeftijd, maar of de auto is uitgerust met rij-assistentiesystemen, zodat de kans op ongevallen wordt gereduceerd. Dat is een veel wezenlijker uitgangspunt voor de klant én de verzekeraar.”

Mensen met een (semi)zelfrijdende auto, kunnen dan bijvoorbeeld voordeliger een autoverzekering afsluiten. “Het ziet ernaar uit dat mensen straks een auto inclusief verzekering kopen. Mensen willen graag mobiliteit, maar niet alle zorgen erom heen. Dat verklaart ook het succes en de snelle acceptatie van private lease”, meent Van der Meer.

Door elkaar

Voorlopig zitten we nog in een transitieperiode: (semi) zelfrijdende auto’s en conventionele auto’s rijden door elkaar en er moet nog worden omgeschakeld naar passende verzekeringsvormen. Want al zou de directe verzekering doorgang vinden, duurt het waarschijnlijk nog lang eer deze kan worden doorgevoerd. De wetgeving moet worden aangepast en ook op Europees niveau moet dan nog het nodige worden geregeld. Het Verbond van Verzekeraars lanceerde gisteren het idee van een black box in elke auto, om sneller te kunnen achterhalen wat de toedracht van een ongeval is. Connected vehicles hebben indirect al zo’n datarecorder: het is immers mogelijk om op afstand voertuiggegevens uit te lezen.

“Zelfrijdende auto’s komen er vanaf 2020, maar het zal nog zeker tien tot vijftien jaar duren voordat het hele wagenpark zelfrijdend of hoog autonoom is”, verwacht Van Dijk. “Sneller kan wel, maar daarvoor is een overheid nodig die stimuleert en grootschalig subsidieert. En dat is niet onrealistisch. Zelfrijdende auto’s kunnen duizenden slachtoffers voorkomen en files oplossen.” 

Geplaatst in rubriek:
Ivonne Vermeulen
Ivonne Vermeulen

Ivonne Vermeulen is redacteur bij Automotive, waar ze onder andere de portefeuilles Schade en Universele markt beheert.