Pechhulp van de toekomst is connected

Nooit meer pech langs de weg?

Bron: ANWB

Het is een visioen voor een toekomst die niet eens zo heel ver weg meer is. Want ook nu houdt de ANWB zich al bezig met grootschalige data-analyse over de storingen die de Wegenwacht langs de weg aantreft. “Wij beschikken over heel veel historische data van pechgevallen”, vertelt Hans Bosch, verantwoordelijk voor Connected Cars bij de ANWB. “Welke melding iemand deed, wat de Wegenwacht aantrof en welke onderdelen nodig waren om de reparatie te verrichten. Dat maakt dat we nu al voor elke melding goed kunnen inschatten wat we gaan aantreffen.” Met connected cars gaat dit nog een stapje verder. Want dan kunnen de technici vanuit het hoofdkantoor van de ANWB online ín de auto kijken wat er aan de hand is. Voor particulieren loopt het programma Smart Driver, met een dongel in de auto. Voor de zakelijke markt is dat niet nodig, omdat de auto’s daar gemiddeld veel jonger zijn. En vrijwel elke nieuwe auto is altijd connected. “Doordat we op afstand in de auto kunnen kijken levert dat alweer een veel beter beeld op, voordat de Wegenwacht op pad gaat”, vertelt Bosch. “Zo kunnen we de zakelijke berijder sneller en beter helpen. Soms concluderen we dan dat iemand bijvoorbeeld door kan rijden en de volgende dag pas naar de garage hoeft te gaan. Nog steeds repareren we vaak langs de weg. Maar als we op afstand al zien dat dat geen optie is, laten we de auto gelijk wegslepen en regelen direct vervangend vervoer. En dat scheelt de berijder natuurlijk tijd!”

Europese samenwerking

Zo wordt de dienstverlening bij pech steeds accurater. Dat is in het belang van de berijder, die geen afspraak wil missen.hans bosch ao “Het doel is om de uptime van de auto’s te maximaliseren”, vertelt Bosch. “Daarom verhelpen we tegenwoordig langs de weg ook andere kleine zaken waarvan de auto ons signalen heeft gestuurd. We komen voor een pechgeval, maar vervangen dan ook dat kapotte lampje. Zo voorkomen we dat de auto kort na de storingsmelding weer naar de werkplaats moet.” Maar als alle auto’s straks elke storingsmelding naar de ANWB sturen, worden de technici toch overspoeld door data? “Dat is zo”, geeft Bosch toe. “Maar op basis van onze kennis en ervaring hebben we algoritmes die de relevante data eruit shiften. Het kost capaciteit en geld om dat te ontwikkelen. Maar het is de pechhulp van de toekomst, dus hier willen we in voorop lopen. Dat doen we in Europees verband. In Londen hebben we samen met de Britse en Oostenrijkse automobilistenclubs DRVN Solutions opgezet. Dat bedrijf specialiseert zich in het verwerken van al die storingsdata. Dat onderhoudt ook de contacten met autofabrikanten. Want die hebben we nodig om toegang te krijgen tot de systemen in de auto. Het voordeel van die Europese samenwerking is dat we op veel grotere schaal data inzamelen en dus de betrouwbaarheid van de analyses steeds groter wordt. En ook voor de fabrikanten is het plezierig, want die hoeven niet met elke nationale automobielclub apart toegang te verlenen tot de auto’s, maar regelen dat centraal met DRVN Solutions. Het is de bedoeling dat op termijn alle Europese zusterverenigingen van de ANWB zich hierbij aansluiten.” De fabrikanten moeten de toegang tot de auto’s faciliteren, maar de berijder is uiteindelijk eigenaar van de data. “Die moet dus altijd toestemming geven voor het gebruik van de data uit zijn of haar auto”, benadrukt Hans Bosch. “En uiteraard gaat de verwerking van alle gegevens volledig volgens de AVG-richtlijnen.”

Storingen zijn te voorspellen

In de toekomst kunnen de technici van de ANWB voorspellen wanneer een auto stuk gaat. Want de centrale krijgt continu signalen vanuit auto’s die ‘connected’ zijn. Ook als ze nog níet met pech zijn gestrand. Hans Bosch legt het uit: “Je moet bedenken: een moderne auto kan honderden verschillende foutcodes genereren. Die foutcodes leiden niet allemaal tot een brandend lampje op het dashboard. We krijgen dat door in de centrale en weten dus heel precies wat er met zo’n auto aan de hand is. Steeds vaker kunnen wij berijders waarschuwen dat er een storing aankomt. Dan kunnen ze de reparatie laten verrichten vóór dit leidt tot een pechgeval. Een klapband kun je niet voorspellen. Maar veel andere zaken, zoals een kapotte accu, kunnen we zien aankomen door slim gebruik te maken van data die voorhanden is.” Het resultaat van al die inspanningen is een grotere uptime van de auto. Ofwel: de auto krijgt minder vaak pech en hoeft minder vaak naar de werkplaats voor onderhoud of reparaties tussendoor. “Daar profiteren al onze zakelijke rijders van”, weet Bosch. “De bezorgdienst van een supermarkt wil niet met pech komen te staan, want dat leidt tot teleurgestelde klanten en bedorven voedsel. Fleetowners willen een maximale uptime, want die kunnen hun wagenpark beter benutten en dat scheelt geld. Maar ook een zzp’er heeft er direct profijt van. Stel dat jij schilder bent of koerier, dan heb je die auto elke dag nodig. Als je dan minder vaak stilstaat of naar de garage hoeft, scheelt dat een hoop rompslomp.”